Licht in donkere dagen brengt samenhang in vakken

In ons vorige artikel was al te lezen dat het lichtlab dat we hebben opgezet op OBS Het Galjoen bestaat uit meerdere onderdelen. En ook die onderdelen kun je weer op diverse manieren aanvliegen. In dit filmpje is te zien hoe het uv-licht aan bod kwam.

De leerlingen kregen informatie over welke plek uv-licht inneemt binnen het elektromagnetisch spectrum (natuurkunde). Ze weten nu dat we van uv-licht een bruine huid krijgen (biologie) en welke toepassingen UV licht kent bij bijvoorbeeld opsporing, waterzuivering en bestrijding (technologie). Ze wilden onmiddellijk met de net aangeschafte uv-zaklantaarns hun toiletten gaan checken op hygiëne.

Wist u trouwens dat veel dieren in tegenstelling tot wijzelf uv-licht kunnen waarnemen en daar slim gebruik van maken? Zo gebruikt een pimpelmees vrouwtje uv-licht om een pimpelmees mannetje te selecteren. Zij bepaalt de fitheid van de mannelijke pimpel op basis van de felheid van het blauw van zijn pet.

En wist u dat honingbijen door uv-licht patronen kunnen zien in de bloemen die zo aan de bij zichtbaar maken waar de nectar zich bevindt? Er is hierover nog veel meer te lezen (biologie).

Je kunt ook ontwerpen en MAKEN met uv-licht en dat deden we vandaag. Daarbij maakten we gebruik van fluoriserende schmink. Fluorescentie is een vorm van luminescentie waarbij een stof bestraald wordt met licht van een bepaalde golflengte en dan zelf licht van een (meestal) langere golflengte gaat uitzenden (natuurkunde).

Naast alle biologische, natuurkundige en technologische weetjes konden de leerlingen in een schmink-les hun creativiteit kwijt. Zo gingen ze zelf ervaren hoe de diverse kleuren werken onder een uv-lamp. Ze verwonderden zich automatisch over het effect van uv. Daarbij kwam ook dat ze gingen nadenken over welke effecten wilden bereiken (ontwerpen) en stapsgewijs steeds meer durfden uit te proberen.

Tijdens een fotosessie in het lichtlab probeerden ze de belichting uit en merk je ook dat ze zich even heel iemand anders gingen voelen. Sommigen raakten daarbij echt in hun rol (drama). Ik heb allerlei krijgers, helden, geesten, vlinders, vissen, lieve en enge clowns voorbij zien komen.

Zo zie je dat spelenderwijs bij de aanpak van een thema een hoop vakken en vaardigheden in samenhang aan bod kunnen komen. Zo overheerst plezier en verwondering in plaats van overladenheid. Want dat ze plezier hadden blijkt wel uit het feit dat veel leerlingen bij Sint hebben gebedeld om ook zo’n uv-zaklantaarn in hun schoen.

Wordt vervolgd,
Annemarie

MAKEN koppelen aan taal…

Het was prachtig om de leerlingen van OBS De Baanbreker zo enthousiast aan het werk te zien. En was dit nu een taalles, een techniekles of allebei? Qua techniek hadden we het onderwerp – hefbomen – nog veel meer uit kunnen diepen (zie ook mijn lessen hierover op de woordenbeeldclub). Ook qua taal biedt dit onderwerp nog een hele waaier aan mogelijkheden die we hier nog niet hebben gezien. Techniek heeft een hele eigen woordenschat en biedt praktijk aan tal van abstracte begrippen waardoor leerlingen al doende taal geven aan waar ze mee bezig zijn. Deze les was dus een eerste stap in een heel woud vol mogelijkheden.

Kennismaken

Dit was een eerste kennismaking voor mij met de leerlingen en andersom een kennismaking van de leerlingen met techniek. De school kwam bij mij met diverse vragen: hoe kunnen we een technieklokaal goed inrichten? Is er ook een leerlijn techniek? We hebben een mooie taalmethode – STAAL – kunnen we de thema’s uit die methode koppelen aan techniek en MAKEN?

Met die vragen in mijn achterhoofd stapte ik deze klas in om samen met juf Natasja gewoon eens te ervaren hoe dat zou kunnen landen in de school, zo’n kruisbestuiving tussen taal en techniek. Daarbij ging ik nog niet alle principes en mogelijkheden uitleggen van hefbomen. Ik ging ook nog niet stevig de taal in met het maken van een gedicht of het voeren van een debat. Dit was alleen nog maar snuffelen en kijken hoe de leerlingen dit zouden oppakken.

Ze gingen aan de slag met een maakopdrachtje dat laagdrempelig was maar wel verwondering moest opwekken. Met een knijper konden ze een vlinder, een vleermuis of een kolibri maken die echt met zijn vleugels kon bewegen. Een eenvoudig bouwpakketje waar nog niet heel veel vaardigheden voor nodig waren en geen dure materialen voor aangeschaft hoefden te worden. Een MAAK-opdrachtje waarin ze veilig volgens recept iets konden namaken. De eigen inbreng zat hem vooral in het inkleuren van de bouwpakketjes. Het zelf ontwerpen of zelfs maar het naar wens aanpassen van het recept kwam nog niet aan bod.

Leerdoelen?

Wat waren dan de leerdoelen van deze les als alles zo eenvoudig en laagdrempelig was? Voor het eerst mochten de leerlingen iets maken dat weliswaar uitgeknipt werd uit een vel papier maar waarvan het eindresultaat toch ruimtelijk was en zelfs kon bewegen. De verwondering en energie die dit teweeg bracht had zijn effect op de taalopdracht hieronder.

Aanvankelijk wilden de leerlingen niet graag aan de slag met de taalopdracht. Ze wilden gewoon lekker knutselen en trokken een vies gezicht als ik naar hun werkblad wees. Ze vonden met taal bezig zijn kennelijk iets vervelends. Pas na enig aandringen bekeken ze de opdracht en de vragen die ze op weg moesten helpen. Toen kwamen de woorden zoals STERK en TEER en MAROCCO…

‘Wat mooi,’ zei ik. ‘Maak er nou eens een goede zin van. Wat ga je allemaal doen in Marocco?’ En toen gingen ze los. Ze kropen als het ware in de huid van hun net gemaakte vogel of vlinder en vlogen even echt door hun fantasie. De vellen werden volgeschreven. Ze wilden nu ook graag vertellen wat wat er allemaal op hun blad stond. Het was nu hun eigen verhaal geworden.

Het doel voor de leerlingen was dus een eerste stap in het leren genieten van taal. Het doel voor mezelf was ervaren hoe een kruisbestuiving tussen taal en MAKEN hier op school zou kunnen werken.

Toen het tijd was wilden er zelfs nog leerlingen nablijven om ook nog voor de camera te vertellen over hun werk (De school heeft vooraf geïnformeerd bij de ouders om toestemming voor filmpjes en foto’s). Eén van de werkbladen werd door een leerling in mijn tas gestoken. Ik moest hem van haar meenemen om hem thuis goed te lezen.

Niet iedereen die wilde is aan de beurt gekomen maar dat zal de komende tijd wel goedkomen. We zullen er na deze les zeker werk van gaan maken om de thema’s uit de taalmethode te gaan koppelen aan MAKEN, kunst en techniek. Het lijmpistool is achter gebleven in de groep. De allereerste stap is gezet.

Wordt vervolgd,
Annemarie

Oh ja, wie zelf thuis of in de klas bezig wil met deze leuke maakopdracht kan hieronder de bladen downloaden.

Rob Ives laat hieronder zien in een filmpje hoe zo’n vlinder (of ander vliegend diertje) op die knijper geplakt kan worden. Met een bouwplaatje heb je meer zekerheid maar als je het principe snapt kan het ook uit de vrije hand.

Story-telling met historisch Ypenburg

Astrid Abbing van Historische Vereniging Buitenplaats Ypenburg kwam bij mij met een vraag: hoe maken we kinderen bewust van de geschiedenis van de buurt waarin ze wonen? De wijk Ypenburg heeft een hele rijke geschiedenis (die op dit moment weer even heel actueel is). Er zijn vondsten gedaan uit de steentijd toen mensen hier op een duin leefden. Er is hier ook een slag geleverd met de Duitsers aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De vinexwijk is gebouwd op de plek waar vroeger een vliegveld was. De buurt is één en al geschiedenis, maar weten de kinderen die hier wonen dat ook?

OBS Ypenburg
Het zou natuurlijk mooi zijn als leerlingen op school leren over de geschiedenis van hun eigen buurt. Op OBS Ypenburg zijn ze daar al langere tijd actief mee bezig. De school heeft een monument geadopteerd van de Grenadiers en Jagers die hier jaarlijks op 10 mei de slag om de residentie herdenken. De school heeft een goede band opgebouwd met de Grenadiers en Jagers en heeft een traditie opgebouwd om geschiedenislessen te koppelen aan de eigen identiteit en de eigen wijk.

Storytelling
‘Het zou nog mooier zijn als de leerlingen op 10 mei op hun eigen manier het verhaal  kunnen doorvertellen,’ zei Astrid. ‘Hoe pakken we dat aan?’, vroeg ze aan mij. We begrepen dat we dan eerst een heleboel aan de leerlingen moesten vragen: Wat weten ze al? Hoe leren ze graag? Welke eigen talenten kunnen ze kwijt in het vertellen van hun verhaal? Op welke manier zouden ze hun verhaal willen vertellen?

Op maandag 26 oktober konden we onze vragen stellen aan de leerlingen van groep 8 van OBS Ypenburg. Met voorzorgsmaatregelen: registreren, handen ontsmetten, mondkapjes op, maar het kon. En daar waren we blij mee.

Met de oogst kunnen we ons project verder gaan vormgeven.

Dit wordt dus een onderzoek, samen met de leerlingen van OBS Ypenburg, naar het doorvertellen van verhalen. De leerlingen zullen een hoop kennis, maar ook vaardigheden moeten gaan inzetten. Astrid en ik gaan dat samen met ze doen. En wij niet alleen. We zijn al in gesprek met partners (zoals het pas weer geopende Musem voor Beeld en Geluid) die veel beter dan wij de techniek beheersen om op een eigentijdse manier verhalen te vertellen. Zij kunnen straks de leerlingen begeleiden als het bijvoorbeeld gaat om het bouwen van een site, een webinar vormgeven of een film maken.

Wordt dus vervolgd,
Annemarie

Een lichtlab in de school

Wie zien we hier in het donker? Het is een oud-leerling van me die geschminkt is met speciale UV-schmink. Maar we zien meer. Met deze schmink is ze even iemand anders. Ze zit helemaal in haar rol. Het spel tussen oplichtende kleuren en juist het ontbreken ervan is magisch. Licht en donker zijn niet voor niets metaforen in al onze verhalen. Met een lichtlab haal je die magie de school in.

OBS het Galjoen
Mijn taak is om mee te denken met scholen bij hun vragen over thematisch werken, kunst & techniek en O&OL (Ontwerpend en Onderzoekend Leren). Vaak gaan vragen dan over de inrichting van onderwijs en in het verlengde daarvan de inrichting van lokalen. We kijken altijd naar wat al aanwezig is in de school. Op OBS het Galjoen trof ik een donkere hoek waar nauwelijks daglicht binnenkwam. Mijn hart maakte een sprongetje. Zelden zag ik zo’n ideaal plekje voor een lichtlab.

En zo gebeurde het…

Wat haalt het Galjoen in huis met hun lichtlab?

  • Van een poppenkast maakten we een schaduwtheater. Met techniek leren we hier over schaduwen. Dichtbij en ver weg: wat doet dat met je schaduw? Hoe kan ik mooie lichteffecten bereiken? Kan ik poppen maken die bewegen? Hoe doe ik dat? Waar zitten onze eigen gewrichten? Hé, dan zit ik eigenlijk al in het vak biologie. Zo komt direct al de overlap met andere vakken aan het licht en zie je vanzelf eindeloos veel combinaties:
    – Taal: hoe schrijf ik een goed verhaal voor mijn voorstelling?
    – Burgerschap/aardrijkskunde: Hoe gebruiken andere culturen het schaduwspel? (denk aan Wajang uit Indonesië)?
    – Muziek: Hoe kan ik geluiden en muziek bij mijn voorstelling gebruiken?
    – Techniek/ICT: Hoe kan ik mijn voorstelling filmen en online delen?
  • De school schafte UV lampen aan en verf, strijkkralen en schmink die oplichten als glow in the dark onder UV-Licht. Ook hier gaat de kruisbestuiving van techniek met kunst en andere vakken bijna vanzelf:
    – Techniek: wat zijn de toepassingen van UV-licht? Welke plek neemt UV licht in in het elektromagnetisch spectrum?
    – Biologie: Hoe maken dieren gebruik van UV-licht?
    – Kunst: Hoe maak ik werkstukken die oplichten onder UV-licht. Hoe kan ik d.m.v. schmink een karakter neerzetten?
  • In het lichtlab werden rode, groene en blauwe spots geplaatst om te kijken hoe licht mengt. In deze hoek kunnen de leerlingen kennis opdoen van:
    – Techniek: hoe mengt licht en hoe werkt dat in diverse apparaten als ons mobieltje en onze TV?
    – Biologie: hoe mengt het licht tot gekleurde beelden in ons eigen oog?
    – Kunst: Hoe maak ik mooie foto’s van de gekleurde schaduwen?

Al met al leidt een rijke leeromgeving tot het stellen van een hoop onderzoeksvragen die weer leiden tot een eigen manier van leren.

Mogelijkheden
In vogelvlucht schetste ik hierboven de schat aan mogelijkheden en combinaties van mogelijkheden die een lichtlab kan bieden. Voor de onderbouw en de bovenbouw staan hier op deze site al lessuggesties met foto’s, filmpjes en downloads van eerdere projecten met licht. Onderaan die lessen is ook een link te vinden naar een Padlet (digitaal prikbord) met op downloads op A4-formaat van allerlei lesbladen die ik samengesteld heb bij dit lab. Ze kunnen naar eigen inzicht van de leerkracht worden ingezet binnen en buiten het lab, zodat er ook maakopdrachten en onderzoekjes in het eigen lokaal kunnen plaatsvinden en leerlingen in kleine groepjes in het lichtlab kunnen rouleren.

Eigenaarschap
En daar kom ik bij het laatste punt dat zeker niet het minst belangrijke is: eigenaarschap. Als leraren meedenken over hun eigen onderwijsvragen en samen gaan bouwen aan de mogelijkheden worden ze eigenaar, voelen ze zich ook eigenaar. Leerlingen worden eigenaar als ze wat ze hebben geleerd mogen doorgeven aan andere leerlingen. Dat gaat op het Galjoen ook gebeuren. De leerlingen van groep 7 zullen ambassadeur worden van het lab en hun kennis gaan overdragen aan de onder- en middenbouw. In het verlengde daarvan denkt men direct ook aan het opzetten van een leerlingenraad.

Zo zie je maar waar een donker hoekje in de school toe kan leiden…

Wordt vervolgd,
Annemarie

PS onderstaande bestanden maakte ik over het concept licht samen met Rita Baptiste. Ze zijn dubbelzijdig als vouwbare folder te printen op A3 of groter als poster voor in de klas. Je kunt ze via de eerder beschreven Padlet downloaden.

Made with Padlet

Wat zou je doen als je water was?

Er is de laatste tijd veel gepraat en geschreven over hoe taalzwak de meeste Nederlandse leerlingen zijn. Een groot deel komt als analfabeet van school. Weinig van hen lezen nog een boek. De cijfers zijn somber en toch…

Gedicht

Ik kwam vorige week dit gedicht tegen.

IMG_2173

Een gedicht in een school in een wijk in Den Haag. Het is geen wijk waar je met een gouden lepel in je mond geboren wordt en de kansen je om de oren vliegen. Het is eerder een wijk waar je als bewoner moeilijk uit komt. Letterlijk en figuurlijk. De meeste leerlingen uit deze wijk hebben nog nooit de zee gezien hoewel ze er maar enkele kilometers vandaan wonen. En dan vind je daar zomaar dit juweeltje.

Deze leerling uit groep 7 schrijft over iemand die vernederd wordt maar ook schatten in zich draagt en bovendien op wonderbaarlijke wijze zomaar overal kan zijn, bijvoorbeeld in Frankrijk of in Portugal. Zou de leerling zelf weleens die landen hebben bezocht? De ik-figuur uit het gedicht kan met zijn leven ook weer làten leven. Hoe komt zo’n jonge schrijfster aan zo’n geheimzinnig personage?

Een goede lezer heeft misschien al tussen de regels door begrepen waar dit gedicht over gaat. Het gaat over water. De leerlingen van deze school – OBS Het Galjoen – hebben net een project achter de rug: Nederland Waterland.

Werken met thema’s

Het is prachtig om te zien hoe een goede aanpak van thema’s taal stimuleert. De rijkdom van een thema is een bodem voor taal. Zo’n thema heeft zijn eigen woordenschat, of het nou over dijken gaat of over waterdiertjes. Al eerder maakte ik eens zichtbaar op een poster hoe je een thema kan openen door gewoon de eigenschappen van je onderwerp – in dit geval water – op een rijtje te zetten.

Dat op een rijtje zetten van eigenschappen konden de leerlingen ook…

IMG_2180

En met de woordenschat komen (onderzoeks)vragen, feedback, debat, filosofische gesprekken, verhalen, lezen, doorvertellen, overleggen, presenteren, evalueren, bijslijpen… Allemaal taalactiviteiten.

Taalwereld

Taal opent je wereld. Je neemt andere werelden in je op door te lezen en vertaalt het naar je eigen verhaal door erover te schrijven zoals deze leerling: Quinty uit groep 7 van OBS Het Galjoen. Prachtig Quinty! Dankjewel. En dank ook aan de leerkrachten van deze school die zich zo inzetten om een rijke leeromgeving te bieden.

Maken

Zogauw je iets maakt is het van jou. Of het nou een zandkasteel is, een filmpje of een regel tekst… De mogelijkheden zijn eindeloos. Met wat je maakt vertel je altijd iets over jezelf, iets van je eigen verhaal. En dat is mooi om te zien. Ik voel me zelf een maker en kijk ook altijd graag naar andere makers.

Wat mij betreft is de oplossing van taalarmoede gewoon met taal aan de slag gaan als een maker. Voorleven en voorlezen wat je mooi vindt en wat je raakt, vertellen waarom, vragen wat een leerling boeit en vooral veel (samen) maken. Gedichten, gedachten, verhalen, dialogen, betogen, liedjes, raps, vragen, scenario’s…

Voor wie nieuwsgierig is geworden. De andere gedichten uit dezelfde groep zijn hier te lezen. Klik voor een vergroting. De leerlingen bogen zich over de vraag: Wat zou je doen als je water was? Hoe zou je je voelen?

Wordt vervolgd,

Annemarie

Waarom

Ja waarom eigenlijk MAKEN
en waarom eigenlijk Met Marie?

Maken maakt gelukkig. Maken laat je verwonderen. Maken is praktijk voor denken. Maken laat je op je eigen manier leren. Maken laat groeien. Maken laat je leren van je fouten. Maken kan op allerlei manieren dus ook en vooral op je eigen manier.

Marie is een maker, al vanaf haar jongste jaren. Marie maakt graag teksten, gedichten, tekeningen, foto’s, onderwijs en grandioze fouten daarom leert ze nog elke dag. Marie vind leren heerlijk en maken geweldig. Maken is voor Marie ademen.

Visie en missie

Daarom denkt Marie graag mee op scholen die vragen hebben over maken. Alles begint altijd met een vraag, een wens of een idee. Daarna ga je onderzoeken, ontwerpen en maken. Op allerlei manieren kan burgerschap, digitale geletterdheid, talentontwikkeling, techniek, kunst en eigenaarschap een plek vinden in de school. Marie wil leerkrachten, teams en schoolleiders inspireren en denkt mee bij het ontwerpen van eigen oplossingen. Waar nodig koppelt Marie scholen aan expertise die past bij hun vragen, zodat ze zelf toekomstgericht onderwijs kunnen maken. De kennis, producten en materialen die hierbij worden ontwikkeld delen we trots, zodat ook anderen weer verder kunnen bouwen op wat wij samen aan onderwijs hebben gemaakt.

Hoe

Waardepropositie en kernactiviteiten 4Ps

Maken met Marie sluit op vier manieren aan bij de behoefte van scholen. Op basis van de wensen van scholen gaan we op maat vormgeven aan onderwijs. Hiermee groeit al doende en makende het innovatief vermogen binnen scholen. Leerkrachten ontwikkelen op hun vragen samen expertise en vergroten daarmee daarmee hun handelingsrepertoire en vertrouwen.

Proces

Hoe pakken we het aan? 

Waarde: Teams en directeuren worden begeleid bij het proces om hun onderwijsontwikkelingen vorm te geven. Ze starten met hun eigen vraag en creëren daardoor focus. Die vraag kan worden gekoppeld aan expertise buiten de school. Samen met andere scholen, bedrijven of cultuuraanbieders hoeven ze niet zelf het wiel uit te vinden. We staan op de schouders van reuzen en bouwen voort op wat er al is aan onderzoek en good practice. Dit proces leggen we vast in woord en beeld. Zo kunnen scholen leren van elkaar en zich profileren met waar ze goed in zijn. 

Activiteiten : 

  • Vraagarticulatie: aanscherpen van de vraag 
  • Schatkist: inventarisatie van wat er al op scholen is 
  • Procesbegeleiding/design thinking (zie ‘Samen werken aan vragen’ op deze site)
  • Match-maker: koppelen van scholen/leerkrachten met een gelijk vraagstuk of verbinden van vraagstuk aan expertise buiten de school (bedrijven, cultuuraanbieders en andere stakeholders in onderwijs)
  • Creatieve brainstormsessies 
  • Hulp bij subsidie-aanvragen 
  • Vormgeven studiedagen  

Professionalisering

Welke kennis hebben we nodig voor ons vraagstuk? 

Waarde: Professionalisering/teamscholing is verbonden aan schoolontwikkelvraagstukken. Maken met Marie verbindt scholen met elkaar zodat lessons learned beter worden gedeeld (interne/informele professionalisering) en brengt scholen in contact met reeds bestaand onderzoek over hun vragen (evidence informed). Scholen ontdekken daarbij hoe ze al aanwezige methoden/materialen/applicaties optimaal kunnen gebruiken en er vindt een verbinding plaats tussen inhoud en de juiste didactische toepassingen. 

Activiteiten:  

  • Maken met Marie doet mee en leeft voor: Lessen in de klas, kennisdeling in het team, verbinding met andere scholen of expertise.
  • Thema-sessies (met interne specialisten) en expert-sessies (met externe specialisten) 
  • webinars 
  • Mini-colleges (wat speelt er op het gebied van…) 
  • Opgedane kennis wordt gedeeld op deze site

Projecten en Professionele Leergemeenschappen (PLG’s) 

Op welke ontwikkelingen zetten we in 

en hoe laten we een PLG goed werken? 

Waarde: Scholen geven hun eigen ambities (schoolplan) vorm en inhoud, versterken onderwijskwaliteit. Bij gemeenschappelijke vraagstukken kunnen ze van en met elkaar leren en werken in PLG’s. Zo bouwen ze een netwerk op en komt nieuwe kennis de school in.

Activiteiten: 

  • Het ontwikkelen van leerlijnen en het integreren van leerlijnen bijvoorbeeld techniek en taal.
  • MAKEN en DOEN integreren in thema’s en projecten in de school
  • De materialen, aanpak en inzichten die worden ontwikkeld verduurzamen en delen zodat dit bruikbaar wordt voor alle scholen  

Praktijken 

Waar kan ik goede voorbeelden vinden en laten zien? 

Waarde: Wat we samen maken delen we o.a. op deze site. Zo kunnen scholen de kunst bij elkaar afkijken en kunnen ze trots tonen wat ze aan onderwijs hebben gemaakt. Hierdoor wordt innoveren laagdrempelig. 

Activiteiten: 

  • Deze site dient als online etalage voor de verrichtingen van de scholen
  • Ook op locatie delen scholen trots hun successen en faalmomenten 
  • Op deze site, Op de locatie aan de Waldeck Pyrmontkade 116 en ter plekke op de scholen stellen we de resultaten tentoon: een Showcase van hoe de school onderwijs maakt.

Wat

Werkwijze/aanpak

Kortgezegd maken we onderwijs dat leerlingen aan het maken zet. Door aan te sluiten bij de vraag van scholen ontstaat zoveel mogelijk maatwerk. We hebben een stip op de horizon en de weg ernaartoe vinden we ook uit door te doen en te maken. Daarom is de werkwijze en aanpak in grote lijnen dat we kleine stapjes maken en onderweg waar nodig bijsturen. We schrijven geen dikke plannen. Wat we doen kan op een A4tje maar we gaan het wel direct doen en uitproberen. Daarbij leggen we het proces vast op film, podcast en blog omdat we van het proces net zoveel leren als van het eindresultaat.

Vaak willen scholen dat hun leerlingen leren Onderzoeken en Ontwerpen. Maar de meeste leerkrachten hebben dat zelf nog nooit gedaan en ervaren. In een samenwerking met Maken met Marie gaan de leerkrachten hier zelf direct mee aan de slag en is hun vraag het startpunt. Vanuit die vraag gaan we al makende de onderwijsoplossingen vormgegeven vanuit de principes
van Design Thinking. Hierbij:

  • Staat inleven in de gebruiker(s) centraal 
  • Werk je aan complexe vraagstukken
  • Maak je snel een prototype (dat kan fysiek zijn, maar ook een uitwerking van een vraagstuk) 
  • Toets je steeds bij de gebruiker(s),
  • Ben je continu aan het leren en aanpassen (fouten maken is deel van het proces), 
  • Hebben visualiseren (gebruik van beelden) en storytelling (delen van ervaringen van mensen) een belangrijke rol.